Elektronisch roken; een experimenteel avontuur achter gesloten deuren
aug 31, 2010 Een leven zonder sigaretten stel ik me voor als kaal, sfeerloos en ondoenlijk. Zonder sigaretten geen goed gesprek, geen inspiratie, geen letter op papier. Zonder sigaretten word ik ongemakkelijk van mijn eigen lichaam, mijn handen in het bijzonder. Zonder sigaretten smaakt de drank niet. Zonder sigaretten is de maaltijd niet af. Zonder sigaretten eet ik de hele dag. Zonder sigaretten kan ik geen fatsoenlijke ruzie maken. Zonder sigaretten is de seks niet af. Voel ik me minder vrouwelijk. Kan ik niet nadenken. Niet rustig blijven. Niet kalmeren als ik ondanks de sigaretten hysterisch ben geworden. Zonder sigaretten mis ik de geur van mijn jeugd. Mijn moeder aan de ronde tafel in de serre, omhuld door blauwige waas die door de zon in banen wordt verdeeld.
Ik takel af in versneld tempo, ik piep en verrimpel, ga slapen met de gedachte waarom ik mezelf kapot maak en hoe ik mijn toekomstige kanker aan mijn kinderen moet verklaren. Ik vind het leven geweldig, graag nog lang en gelukkig. Maar gelukkig bestaat niet zonder sigaretten, en lang bestaat niet met.
Dit dilemma speelt al jaren een prominente rol in mijn dagelijks leven. Tot ik Sonja ontmoet.
Sonja is een vrouw, voorheen verstokt roker, die is overgestapt op de elektronische sigaret. Ik heb nog nooit iemand ontmoet die elektronische sigaretten rookt, noch heb ik ooit iemand elektronische sigaretten zien roken. Sonja rookt ze. Ik vind het onmiddellijk enorm interessant en wil graag met Sonja praten. Gelukkig wil ze dat ook met mij. Sonja beweert stellig dat ze zo gewend is geraakt aan de elektronische sigaret, dat ze die nu lekkerder vindt dan een ‘gewone’ peuk. Het ziet er wonderlijk uit, die forse, en overduidelijk zware stick die ze als een bootwerker tussen haar fijne duim en wijsvinger klemt en met toegeknepen ogen in de richting van haar mond manoeuvreert. Het heeft zelfs iets hekserigs - misschien roert ze thuis wel in een borrelende pot, met die loden sigarettenstick. Doch. Haar verhaal klinkt verleidelijk: Sonja heeft al in maanden geen gewone sigaret aangeraakt en taant er in het geheel niet naar. Een ander punt dat in haar voordeel werkt, wat mij betreft, is haar schoonheid: haar frisse, sprankelende gezicht, dat geen spoortje rimpel, wal of grauwheid vertoont. Hoe ze er voor de komst van de elektrische sigaret uitzag weet ik niet, maar ik put er hoop uit.
Nog diezelfde nacht besluit me op z’n minst iets verder te verdiepen in het fenomeen elektrisch roken.
Eva Posthuma de Boer
27 augustus
Ik heb er een besteld. Via internet. Ik heb besloten niemand van dit project op de hoogte te stellen – eerdere pogingen om te stoppen schreeuwde ik van de daken om mezelf geen weg meer terug te geven. Dat doe ik niet meer. De vernedering die ik iedere keer moest ondergaan als ik weer begonnen was, dank u vriendelijk. Dit experiment voer ik in de beschutting van mijn werkkamer uit. Wel hou een logboek bij, hier en nu begonnen, dat ik pas publiceer als ik weet of ik mijn leven voortzet met tabak of waterdamp.
Eva Posthuma de Boer
Vooralsnog wacht ik op de zending- ik heb de bestelling eergisteren, woensdag geplaatst, de betaling via internet is geaccepteerd, en via de e-mail heb ik een bericht ontvangen dat de elektronische sigaret naar me onderweg is. Met vriendelijke groet, elektronische sigarettenteam, Lia Kortland.
Haar naam was ik al tegengekomen in het gastenboek van de website van de elektronische sigaret. Alle gasten maakten melding van de geweldige service van Lia. ‘Pakketje is binnen, zeer benieuwd!’ ‘Ik hoop dat het werkt, dank je wel Lia, ik ben je nu al dankbaar dat je me van mijn verslaving hebt afgeholpen!’
Ik heb een bericht aan het gastenboek gestuurd, met de vraag of iemand misschien ervaring met de sigaret had, en daar iets over zou willen vertellen. Mijn bericht verscheen niet in het gastenboek. Wel verscheen er een melding dat mijn bericht eerst door het elektronischsigarettenteam bekeken zou worden, alvorens geplaatst.
Ik ga nu kijken of het geplaatst is.
Het is nog niet geplaatst.
Wat ik weet van de sigaret:
- Oplaadbaar met een usb stick (lijkt me uitermate praktisch!)
- de sigaret wordt gevuld met een capsule. De capsules, apart leverbaar, zijner in de smaken Marlboro en Dunhill, met verschillende nicotinegehaltes, tevens nicotinevrij.
- er komt flink ‘rook’ uit.
- die ‘rook’ is waterdamp.
Wat ik vermoed van de sigaret:
- dat de capsules in iedere variant, hetzelfde smaken, namelijk een beetje zoetig, vanille-achtig (vrees: wc-smaak)
- Dat ik er misselijk van zal worden.
- Dat het onbevredigend is.
Wat ik hoop:
- Dat de smaak zal wennen.
- Dat ik het lang genoeg volhoud om het wennen een kans te geven.
- Dat het uiteindelijk net zo lekker wordt als echte sigaretten, en dat ik dus een heleboel aspecten van het roken niet hoef te missen, dat mijn leven niet kaal wordt of ongezellig, dat een trekje net zoveel inspiratie oplevert, maar dat ik toch geen kanker krijg.
De post is nog niet geweest. Ik rook mijn tweede sigaret van vandaag.
Wordt vervolgd.
Eva Posthuma de Boer
Hij is er! Althans, het pakketje waar hij in moet zitten. Dat ligt nu ongeopend voor me. Ik steek een sigaret aan – afscheid moet ook wennen. Daar gaat ‘ie.
Het lijkt wel een echt pakje sigaretten! Ontwerp en kleuren a la Marlboro rood. Tekst op het pakje: Electronic cigarette, no tar, no pollution. Safe fashionable healthy. Environment protection. En onderaan: reduce to risk your health, quit smoking.
En daaronder, in hele kleine lettertjes: made in China.
Folie eromheen om het af te maken. Dat ga ik er nu af trekken.
Is nog een heel gepruts, niet zo soepeltjes als ik gewend ben, iets strakker.
Pakje open!
Een usb stick, vier bruinachtige filterachtige dingen en twee wittige dingen. In de deksel een papiertje: de gebruiksaanwijzing. Die ik er niet zomaar uitkrijg; hulpmiddel nodig. Een schaarpunt. Hebbes.
Engelse tekst, en 4 plaatjes. Als een Ikeameubel.
Usb stick: witte metalen sigaretdeel, met schroefdraad; in elkaar draaien. Ik steek hem in de computer: de punt van de sigaret kleurt fel rood. Volgens gebruiksaanwijzing is hij vol als lampje minder fel brandt. Afwachten nu.
Eva Posthuma de Boer
Moest onverhoeds met manlief mee naar het zuiden afreizen, hele boeltje ingepakt en meegenomen; nu de volgende ochtend, weer een dag van veel gewone sigaretten achter de rug, manlief is even weg. Zittend aan een tafeltje in een hotelkamer met uitzicht over maïsvelden, heb ik de sigaret in elkaar gezet (fluitje van een cent) en ‘aangestoken’. Oftewel: mijn eerste trekje genomen. Het valt me mee! Geen rare smaak, nauwelijks smaak eigenlijk, en zeker niet de sensatie van een echte sigaret, maar wel een beetje sensatie, ik trek, voel nauwelijks dat er iets binnenkomt, maar wel dat ik iets uitstoot. Ik blaas echt een wolkje rook uit! en ik zit nu te typen met dat ding in mijn hand, iets zwaarder dan een normale maar te doen, qua roken en typen tegelijk. Ik heb er een kopje koffie bij gehaald, ik sidder van opwinding, dit is gek, dit zou wel eens wat kunnen zijn! Als ik trek piept hij wel een beetje, lucht langs een stukje folie, dat geluid, maar ach. Ik zit niet in de stank, ik voel me niet slecht over de eerste peuk van de dag. Heel, heel vaag een zweempje pijpsmaak, of geur, kan ik niet bepalen. Ik heb nu zeker al tien trekken genomen. Mijn zin in een sigaret is weg: als ik nu denk aan een gewone sigaret, hoeft dat voor mij niet.
Wie heeft dit bedacht? Wat kosten die capsules? Hoe lang doe ik met een capsule? Na hoe lang moet ik weer opladen?
Het smaakt echt best wel als roken, hoe kan dit niet ongezond zijn? O ja, en nog eens wat: ik zit in mijn hotelkamer te roken! Dit biedt perspectief! Ik ben voor het schrijven niet meer afhankelijk van ruimtes waar gerookt mag worden!
Wat geslapen, gedoucht, even op bed tv gekeken, herhaling van zomergasten met Paul verhoeven, die opvallend vaak ‘nietwaar’ zegt, en veel zwart witbeelden laat zien. Geen rooksituatie. Af en toe een trekje, matige beleving. Maar een gewone sigaret had nu ook niet gesmaakt, ben wat hongerig. En ik heb een lichte hoofdpijn, die ik kan wijten aan de behoorlijke hoeveelheid rode wijn van gisterenavond, maar die ook kan liggen aan de sigaret. Dat vrees ik. Ik neem een ibuprofen. We zullen zien.
Iets gaan eten, terug op kamer: perfect rookmoment. Ik pak de sigaret op, realiseer me nu pas dat ik geen aansteker en geen asbak nodig heb. Of ik dat als positieve bijkomstigheid ervaar, weet ik niet zo goed. Het is toch een ritueel, waar ik afscheid van moet nemen.
Ik neem een trekje. Het gaat wel. Eigenlijk smaakt het een beetje zoals Barclay vroeger, die mijn vriendinnen en ik van onze moeders jatten, in de jaren tachtig, toen iedereen ineens Barclay ging roken, want dat was gezond. Beleving nu: wat drogig in de keel door de lucht die je meekrijgt. Maar het rookt. En het neemt de behoefte aan gewone sigaretten opnieuw weg. En ik rook al uren geen echte sigaretten. Het is drie uur ’s middags, ja!
Opnieuw vraag ik me af: wat rook ik nou precies? Is dit echt niet ongezond?
Als dit echt werkt, waarom stappen dan niet alle rokers hierop over? Waarom wordt deze sigaret niet verder ontwikkeld, tot een nog iets handzamer versie, in ieder geval minder zwaar tussen de vingers, meer smaakvarianten capsules, enzovoort. Iedere roker kan het plezier van roken behouden, maar krijgt er geen kanker meer van en vervuilt niets of niemand meer.
Er moet een addertje onder het gras zitten. Hoe kom ik achter dat addertje?
Eva Posthuma de Boer |
1 |