maandag
nov142016

Voetbal is uuh, me roeping

Op mijn vijfde ging ik op ballet. De juf heette Hans, en zat tijdens de lessen met haar kollossale zwaarlijvingheid al kettingrokend achter een valse piano om ons, huppelende dotjes, te begeleiden met woest gepingel. Hans vond mijn rug te hol en mijn buik te bol. ‘Rrrrrrrecht die rug, Eva! Stuitje in! Dat ‘stuitje in’ begreep ik nooit, ook niet toen ik mijn moeder om opheldering vroeg en zij me aanwees waar het stuitje zat bij de mens. Hoe kon je dat nou inhouden?

Na vele stuntelige jaren in tutu, stapte ik op mijn tiende van ballet over naar roeien. Dat lijkt gek, maar wij woonden aan de Amstel, pal tegenover roeivereniging de Hoop. Bovendien zat mijn zus er al op. Zij deed aan wedstrijdroeien, wat iets anders bleek dan gewoon roeien, waarbij je ook wedstrijden roeide, maar dus anders, of zo.

Mijn zus was echt een roeitalent, ik hoor het mijn moeder nog zeggen. ‘Je zus is echt een roeitalent.’ Ik was dat niet. Ik was bang voor water, en al helemaal voor de diepzwarte Amstel vol fietswrakken en drollen van woonbootbewoners. Ik heb welgeteld één wedstrijd geroeid, tegen Sander Commandeur, een tenger jongetje dat ik makkelijk kon verslaan, ware het niet dat ik mijn beginnersskiff vlak na het startschot volledig vol kotste.

Iets verder aan de Amstel zat een manege, aldus werd paardrijden mijn volgende avontuur. Tijdens de proefles torpedeerde het paard me zo bruut van zijn rug dat ik het bij de proefles heb gelaten. Daarna begon ik met roken, drinken en jongens, en was het voor heel lang gedaan met de sport.

Maar nu, dertig jaar later, zit ik op voetbal. Ik hoor bij de Dames 35plus. Ik hoor daarbij. Alleen dat al, fantastisch. Ons kersverse team bestaat uit vijftien totaal verschillende vrouwen waarvan er dertien nog nooit gevoetbald hebben (hoor ik ook bij!). Ik vind ons nu al documentairewaardig. Op maandagavond trainen we, op zaterdagen spelen we wedstrijden – heuse competitie, half veld, zeven tegen zeven. We verliezen alles, ik denk omdat we technisch nog niet zo heel sterk zijn en we nogal in paniek slaan als we de bal krijgen. Maar we spelen met passie en geven nooit op.

Thuis zijn ze de verbijstering over mijn nieuwe hobby nog niet te boven. Ik heb voetbal namelijk altijd verschrikkelijk gevonden; ik kan niet tegen pratende voetballers, met hun ge-uuh en gepraat in jij-vorm (uuuh…dan heb je toch zoiets van…uuhh), en ik vind mannen op banken die naar voetbal kijken heel erg onaantrekkelijk.

‘Dat jij in voetbal je roeping hebt gevonden, mag wel in de krant,’ zei zoonlief gisteren. Bij deze, zoonlief. En gefeliciteerd, je bent vandaag zeventien.