maandag
nov142016

Een Trumpiaan in vlezige lijve

Afgelopen zomer zat ik in de coffeecorner van een acht verdiepingen tellende boekwinkel in Los Angeles waar zelfs de nieuwe Scheltema bij verbleekt, tegenover een kale, kolossale man die achtereenvolgens een dubbele cheeseburger, een berg patat, een large coke en een stuk carrot cake naar binnen schoof en daarbij licht snurkende geluiden maakte. Ik probeerde me op mijn slappe koffie te richten, maar ongewild draaiden mijn ogen voortdurend naar de man. Om zijn enorme buik spande een wit onderhemd, zo een die de Belgen een Marcelleke noemen. Ik vroeg me af of hij ooit overwoog gezonder te gaan eten. En wat voor boek er in de bruin papieren zak zat die naast hem lag - wat las zo’n man? Ineens keek hij op en ving mijn loerende blik. Het was te laat om nog weg te kijken, ik glimlachte lafjes. Al kauwend begon hij tegen me te praten. Hij was boer, en wilde bijen gaan houden. Daarom had hij een boek gekocht over hoe je imker moet worden. Hij vroeg of ik het wilde inzien. Dat wilde ik niet per se, toch maakte mijn hoofd een knikkende beweging. De man veegde zijn handen af aan zijn korte broek. Zijn bleke benen kleurden vanaf de kuiten paars, wat de wandelstok verklaarde die tegen zijn tafeltje leunde. Hoe oud zou hij zijn? Vijftig? Het was te laat voor gezonder eten, hier kwam hij nooit meer uit. Hoe kwam je op dit punt? De eenzaamheid moest onmetelijk zijn. Met een moeizaam gebaar reikte de man me het zakje met het bijenboek aan. Ik werd overspoeld door medelijden. Maar terwijl ik bladerde en heel hard mijn best deed daar geïnteresseerd bij te kijken, vervloekte ik mezelf. Wie was ik om medelijden te hebben? Niemand wilde meelijwekkend zijn, niets was zo vernederend.

‘Nice book,’ zei ik.

‘Yeah,’ zei hij, en propte een hand frieten in zijn mond. Ik kon zien hoe zijn kiezen ze vermaalden tot puree. Hij wilde weg uit California. Hij vond het een rotstaat. Hij was het niet eens met de wetten. Hij wilde naar Arizona of New Mexico, waar je een dief die op je erf kwam wel gewoon mocht afschieten. Bij een eerste poging tot diefstal volstond een schot in een arm of been, bij een tweede keer verdiende de dief de dood.

‘Hier kom je voor zoiets al in de gevangenis, ya know, maar daar dus niet, ya know?’

Maar I didn’t know. Ik gaf het bijenboek terug, wenste de Trumpiaan in z’n Marcelleke a nice day en maakte me verward uit de voeten.