Main
maandag
nov142016

Een oude bekende

Ik was zeventien en had een baantje bij Arti et Amicitie, de kunstenaarssocieteit op het Rokin. Overdag serveerde ik lunch aan gestopdaste banklieden, ‘s avonds tapte ik bier voor armlastige kunstenaars. Soms waren er openingen in de expositieruimte in de bovenzaal, dan begaf ik me met volle dienbladen tussen het publiek aldaar.

Op een zondag werd er een tentoonstelling geopend van de Amerikaanse schilder Sam Francis. Ik had nooit van hem gehoord, maar volgens mijn hysterisch rondrennende bazin behoorde hij tot de ‘absoluuute top’. In afwachting van de gasten vulde ik tweehonderd champagneglazen. Ineens merkte ik dat er een Chinees mannetje naar me stond te kijken. Hij was klein, kaal en oud. In gebroken Engels vroeg hij me of ik wel eens model stond. Ik schudde mijn hoofd en knoeide champagne. Het zat zo, hij was hier om de tentoonstelling te openen. Hij  was zelf ook schilder, en had een atelier in de Hondencoeterstaat, wat hij zes keer moest uitspreken voor ik hem verstond. Hij stak zijn hand uit en noemde zijn naam, ‘Wawawedih’. Gezien de zes keer Hondecoeterstaat, liet ik het er maar bij. Hij betaalde vierhonderd gulden voor een middag poseren. Vierhonderd gulden. Ik zag een nieuwe walkman. Schoenen. Een leren jack. Zonder aarzelen schreef ik mijn telefoonnummer op. Hij belde meteen de volgende dag. Van onder aan de trap riep mijn moeder: ‘Eef! Walasse Ting aan de telefoon!’ Ondanks haar verbijstering behield ze haar perfecte dictie, dus nu had ik de naam verstaan. Walasse Ting, dat was die van die kitscherige, gekleurde papagaaien; ansichtkaarten, posters, je werd ermee doodgegooid.

In zijn atelier gaf Walasse Ting me een rode amaryllis om naast mijn gezicht te houden, en maakte hij met een lullig toestelletje wat foto’s. Daarna eiste hij dat ik mee ging eten. Ik herinner me overdadige toestanden met kreeft. In de weken die volgden, belde hij vaak. ‘Eef! Ting!’ Of ik naar een museum wilde, of de dierentuin. Hij verveelde zich zo. Een keer zei ik ja, maakten we een wandelingetje door de Leidsestraat en kocht hij bij de avondwinkel een doos vol exotisch fruit voor me. Daarna viel het stil.

Ik moest aan deze geschiedenis denken door een expositie in Museum Jan van der Togt in Amstelveen (geheel vernieuwd, verfrist, vergootstedelijkt, gaat dat zien), waar werken zijn verzameld van vier bevriende schilders: Appel, Alechinsky, Francis en Ting. Ze zijn ingedeeld op periode, dus in de verschillende zalen hangen de schilders door elkaar, waardoor je ziet hoe ze elkaar inspireerden, en ze meevoeren op dezelfde tijdsgeest. Godzijdank herkende ik niets van mezelf terug, in de werken van Ting, die verre van kitsch waren, maar gevoelig, ingetogen. Er sprak een intense eenzaamheid uit. 

Reader Comments

There are no comments for this journal entry. To create a new comment, use the form below.

PostPost a New Comment

Enter your information below to add a new comment.

My response is on my own website »
Author Email (optional):
Author URL (optional):
Post:
 
Some HTML allowed: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <code> <em> <i> <strike> <strong>