maandag
nov142016

De brandende wereld in beeld

De Amsterdamse fotograaf Jeroen Oerlemans, vader van drie kinderen, doodgeschoten door een sluipschutter van de IS. Het klinkt als een echo van mijn angsten. Mijn vader, ook een Amsterdamse fotograaf, vader van twee kinderen waarvan ik de jongste ben, reisde mijn hele leven de wereld over. Toen ik klein was maakte hij reportages voor bladen als Avenue, en ging hij voor kranten het nieuws achterna, maar was er van echt gevaar nog geen sprake. Rond zijn zestigste besloot hij zich te gaan concentreren op de schaduwzijde van de wereld. Het had te maken met zijn verleden, met zijn beste vriendjes, de tweeling Harold en Paul Duizend, die voor zijn ogen door de Duitsers werden weggevoerd. Die gebeurtenis definieerde mijn vaders geweten, en bepaalde zijn richting: hij wilde de gevolgen vastleggen van oorlog op kinderen. Hij reisde af naar gebieden waar brandhaarden amper waren geblust, en maakte ontluisterende portretten van peuters, weerloos wachtend op de dood, van gehandicapte vondelingen, van bedelende wezen, van halfnaakte, uitgemergelde hoopjes kind - de verworpenen der aarde, zoals hij ze noemde.

In Colombia ging het mis. Mijn vader werd daar om veiligheidsredenen begeleid door stichting Mensen in Nood. Maar op zijn laatste dag in Bogota, hij zou ’s avonds vliegen, was hij alleen. Hij besloot toch naar buiten te gaan, en terwijl hij in de meest treurige drugsdealerstraat lijmsnuivende zwerfkinderen fotografeerde, werd hij door een paar jongens overvallen. Ze rukten zijn camera van zijn nek en lieten hem met een gebroken rug achter.

Ik weet nog dat mijn moeder belde. ‘Papa is niet thuisgekomen.’

Het zal misschien een dag hebben geduurd voor we van hem hoorden, het leek een eeuwigheid. Hij werd op een brancard terug naar Nederland gevlogen. Weken lag hij in bed, gekluisterd in een gipsen korset. Hij onderging zijn herstel ongeduldig; hij wilde weer op reis. Wat hem het meest frustreerde, was dat er in zijn camera een bijna volgeschoten rolletje had gezeten. Dat hij dat kwijt was, maakte hem woest. Ik heb daar lang op gekauwd. Hij was bijna dood geweest, wat deden die foto’s er nou toe, hoezo waren die belangrijker dan wij, dan zijn eigen leven? Toch maakte die woede over dat fotorolletje me duidelijk hoe onontkoombaar het werk voor hem was.

We willen in vrede leven. Op die gedachte leunt elke foto van de gruwelijke werkelijkheid van oorlog. De beelden zeggen wat niet te verwoorden valt. De beelden sporen ons aan om goed te doen, geen kwaad. De beelden definiëren ons geweten. Het zijn onmisbare helden die ze maken. Mijn vader is zo’n held. Jeroen Oerlemans was zo’n held. Zijn kinderen mogen heel, heel trots op hem zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.