Main
maandag
nov142016

Blijf de hemel verlichten

Veertien juli was als Oud en Nieuw, maar dan midden in de zomer, en mooier, zoveel mooier dan in Amsterdam. Ik moest vroeg naar bed, lag eindeloos wakker, luisterend naar de stemmen in de tuin, het gelach, de klinkende glazen. Uiteindelijk viel ik toch in slaap, om rond middernacht gewekt te worden door mijn knuffelige, licht aangeschoten moeder. Kleren aan over de pyjama, rillend in de auto, naar het dorp. Parkeren op het kerkplein, tussen mijn ouders de brug over richting de roezemoezende menigte, al opgesteld langs het duistere weiland aan de rand van het dorp. In dat weiland tientallen mannetjes in de vorm van wandelende lampen, drukdoende met de voorbereidingen. Het wachten; de kruipende minuten; het turen naar de overweldigende sterrenhemel, decor van het schouwspel; de knisperende nachtkou waarin de belofte van weer een warme zomerdag school.

En dan, eindelijk, de burgemeester, op kaplaarzen door het hoge gras. Een vlam, de eerste vuurpijl de lucht in, het startsein. Knetterende kleuren, schitterende witte lichtregens, goud verweven sterrensporen, klusters van kometen, het geoooh en geaaaah van het publiek steeds luider, nog meer glitters, kleuren, rookwolken, de hand van mijn moeder links, die van mijn vader rechts, stevig omklemd.

Later, veel later, toen ik zou trouwen, wilde ik dat veertien juli de dag werd. Opdat er altijd vuurwerk voor ons zou zijn. Mijn aanstaande ging schoorvoetend akkoord - hij had het niet zo op de Fransen. Wist hij veel, hij was geen kind geweest aan dat weiland, hij ging altijd naar de camping in Limburg, en daar was helegaar geen vuurwerk, op veertien juli. Dat later, veel later, van dat trouwen, is inmiddels tien jaar geleden. In die tien jaar was er een paar keer vuurwerk voor ons – de keren dat we op vakantie waren in Frankrijk. Ik herinner me een magische setting voor een kasteel in Jumilhac le Grand, een dal vol vuurwerk bezien vanaf de stadmuren van Chartres, en, hoogtepuntje, het weiland in ‘ons’ dorp, met aan mijn linkerhand mijn zoon, en rechts mijn dochter.

De feestdag van de Fransen. De vlaggen uit. De hemel verlicht. De glazen geheven. De handen ineen. Twee dagen geleden, op de boulevard in Nice, geuren van gebakken visjes, van de zee, het geluid van de kabbelende golven, de roezemoezende mensenmassa. Kinderen, slaperig, opgewonden, aan de handen van hun ouders - de dood tegemoet. Onbenoembaar verdriet maakt zich meester. We vallen stil en we zijn bang. Maar. Laat de smet niet voorgoed kleven. Gun het de gekken niet. Blijf de vlaggen hijsen. Verlicht de hemel. Hef de glazen. Hou elkaars handen vast. Overal. Altijd.

 

 

Reader Comments

There are no comments for this journal entry. To create a new comment, use the form below.

PostPost a New Comment

Enter your information below to add a new comment.

My response is on my own website »
Author Email (optional):
Author URL (optional):
Post:
 
Some HTML allowed: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <code> <em> <i> <strike> <strong>